Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO)

De WMO is een wet in het kader van vergoeding voor hulpmiddelen en ondersteuning. De doelstelling is om burgers financieel te helpen zodat zij zolang mogelijk thuis kunnen wonen, maar ook deel te nemen aan de maatschappij. Je eigen gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering van de WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning), PGB (Persoonsgebonden Budget), WLZ (Wet Langdurige Zorg) en de Jeugdwet en deze samen vormen samen de complete basis van het Nederlandse zorgstelsel. De gemeente is verplicht om hulpbehoevende en kwetsbare groepen te ondersteunen door het aanbieden van zorg en voorzieningen. Bijvoorbeeld aanpassingen in huis of huishoudelijke hulp. Gemeenten organiseren zelf hoe zij omgaan met het gebruik van de hulp en ondersteuning, zolang er maar wordt uitgegaan van de basis van de WMO. Per gemeente zijn kleine verschillen in de werkwijze en aanbod van voorzieningen. Sommige gemeenten kiezen voor een loket, terwijl andere gemeenten kiezen voor een sociaal wijkteam waar burgers terecht kunnen met hun vragen. Het aanbod van hulpmiddelen varieert eveneens.

Verschil per gemeenten

Er zijn ruim vijftig verschillende maatstaven die invloed hebben op het bedrag wat de gemeente krijgt. Een aantal van deze maatstaven zijn:

  • oppervlakte van de gemeente
  • gemiddeld inkomen
  • aantal jongeren en ouderen
  • aantal uitkeringsgerechtigden en bijstandsontvangers
  • aantal één en meerpersoonshuishoudens
  • aantal minderheden

Hoe kom je in aanmerking?

Er komen meerdere groepen in aanmerking voor WMO zoals ouderen, chronisch zieken en mensen met een geestelijke of lichamelijke beperking. Maatwerk of vervoersvoorzieningen wordt alleen na onderzoek door de gemeente toegewezen. Om voor een WMO voorziening in aanmerking te komen moet je als burger aan bepaalde voorwaarden voldoen:

  • je verblijft rechtmatig in Nederland
  • je bent Nederlander en hebt een verblijfsvergunning
  • je bent woonachtig in de gemeente waar je de aanvraag doet

Uitvoering van de WMO wordt betaald uit belastinggeld en diverse vormen van de eigen bijdragen. Het beheer van deze financiën gebeurd bij de overheid, en keert dit uit via een speciaal gemeentefonds aan de gemeenten.

Belangrijke voorwaarde voor de voorziening

Een voorziening wordt alleen toegekend als de voorziening voor een lange periode nodig is. Als je tijdelijk in een rolstoel belandt vanwege een gebroken been heb je geen recht op een traplift bijvoorbeeld. Ook andere aanpassingen in je huis kom je niet voor in aanmerking. Voor voorzieningen die als algemeen gebruik worden beschouwd krijg je geen indicatie op. Dit zijn voorzieningen waarover je ook zou (kunnen) beschikken als er geen sprake is van een ziekte. Deze voorzieningen zijn vaak te koop in de reguliere verkoop, of niet speciaal voor mensen zijn bedoeld met een handicap.

Voorzieningen die elders vergoed worden

De gemeente zal altijd controleren of er geen andere instantie of basis is waar de voorziening kan worden geregeld. Zo zijn er diverse hulpmiddelen welke vergoed worden vanuit de zorgverzekering. Er vallen veel zorgtaken onder de dekking van de zorgverzekering. Heb je al kosten gemaakt dan worden deze niet meer vergoed. De gemeente zal je aanvraag dan afwijzen.

Heb je met spoed een voorziening nodig vraag deze dan aan bij het sociale wijkteam of het loket van de WMO. Een hulpmiddel die wordt verstrekt moet een aantal jaren meegaan voordat het kan worden afgeschreven. Bij normaal gebruik is er een afschrijvingstermijn van een aantal jaar. Pas als de termijn verlopen is wordt de voorziening opnieuw verstrekt. Voorzieningen die door nalatigheid eerder aan vervanging toe zijn worden niet opnieuw verstrekt door de gemeente. Bij onmacht kan de gemeente wel de voorziening vervangen.

Een aanvraag doen

Bij het aanvragen moet je eerst een melding maken bij het loket van de WMO van jouw gemeente. De meeste gemeenten hebben een speciaal meldingsformulier, heb je dit formulier ingevuld dan neemt de gemeente contact met je op om een afspraak te maken voor een gesprek. Tijdens dat gesprek bij je thuis of bij de gemeente wordt er onderzocht waar je problemen liggen en hoe deze problemen op te lossen. Er wordt gekeken in hoeverre je zelfstandig bent en of je nog familie of naasten hebt die iets voor je kunnen betekenen. Binnen tien dagen krijg je een verslag van het gesprek wat je rustig na kunt lezen. Ben je onvoldoende zelfredzaam dan is de gemeente je verplicht te helpen. Ben je het niet eens met de uitslag dan kun je in beroep gaan, bijvoorbeeld als je van mening bent dat de gemeente niet alles goed heeft onderzocht.

Eigen bijdrage WMO

Gemeenten vragen aan de burgers wel een eigen bijdrage voor het ontvangen van ondersteuning, zoals huishoudelijke hulp of andere ondersteuning.

De hoogte van het eigen bijdrage is afhankelijk van:

  • Welke voorziening de gemeente verstrekt
  • Hoogte van je inkomen en vermogen
  • Inkomen en vermogen van je eventuele partner
  • je leeftijd

Mensen die meer verdienen betalen een hogere bijdrage dan iemand die een minimum inkomen heeft. Kinderen tot 18 jaar betalen alleen een eigen bijdrage voor een aanpassing van de woning.

Beëindiging WMO

In bepaalde situaties wordt je WMO beëindigd:

  • Indicatie is verlopen en wordt niet meer verlengd
  • in overleg is de hulp/ondersteuning voortijdig gestopt
  • de cliënt gaat naar een zorginstelling
  • vanwege externe omstandigheden (overlijden) of verhuizing

In geval van overlijden wordt de zorg uiteraard overgenomen door de uitvaartondernemer. De kosten worden gedekt door de uitvaartverzekering of anders de nabestaanden.